Home

teamcoördinator Jacqueline van Doeland

‘Opkomen voor jezelf is een verzetsbeweging’

Jacqueline van Doeland begon haar carrière als hulpverlener in een jeugdinstelling en later in een tbs-kliniek en maakte na 12 jaar de stap naar de cliëntenbeweging. Ze begon als ondersteuner van een cliëntenraad, en coördineerde later de voorlichting en scholing bij RCO De Hoofdzaak om nu bij RIBW K/AM het team ervaringsdeskundigen te coördineren. Ze is inmiddels twee jaar de spil tussen het management en de werkvloer. Ze vertelt over haar eigen valkuilen, de lering die ze daaruit trok en hoe het soms schuurt. “Ik fungeer als een soort smeerolie tussen alle geledingen.”

“Ik werkte als hulpverlener in een tbs-kliniek op een doorsnee afdeling tot er een afdeling moest komen speciaal voor mensen die kampten met psychiatrische ziektebeelden als bijvoorbeeld bipolaire stoornissen, psychosegevoeligheid en depressie. ‘Dat is niks voor mij al die verwarde mensen, daar heb ik geen geduld voor,’ dacht ik. Totdat ik hen ontmoette. De impact van psychische aandoeningen zoals psychosegevoeligheid op je leven, raakte me diep. Al mijn vooroordelen waren meteen de wereld uit, ik was op mijn gemak met hen.

Wat is helpen?
Hoewel ik in de loop van mijn carrière anders ben gaan kijken en heb ontdekt dat er geen verschil is tussen cliënten en mijzelf, is er een aspect aan cliënt-zijn dat ik niet ken. Dat blijft een wezenlijk verschil tussen mij en een ervaringsdeskundige. Ik ben geen cliënt geweest en heb daardoor niet te maken gekregen met het stigma en taboe dat er in families, de wijk, onder vrienden of hulpverleners nog wel eens heerst. Maar mijn affiniteit met autonomie en opkomen voor jezelf is groot en binnen de zorg is dat soms bijna een verzetsbeweging. Want de huidige zorg is nog steeds geneigd tot ‘het beter weten’ wat goed is voor iemand. We gaan voorbij aan de werkelijke nood.

Het is voor begeleiders een uitdaging om niet onmiddellijk te reageren vanuit de eigen kaders en overtuigingen. Binnen die eigen kaders is men vaak gericht op het voorkomen van crisis en het focussen op stabilisatie en de manier om dat te beheersen is met medicatie. Gelukkig is er een mentaliteitsverandering gaande. RIBW K/AM  geeft hier handen en voeten aan met een intensief trainingsprogramma ‘Vitaal Versterkend Werken’[1]  voor alle medewerkers. Hierin worden begeleiders uitgenodigd en geholpen om hun eigen mechanismen te onderzoeken, om onmacht te leren verdragen en samen met de cliënt de weg uit zijn of haar situatie te vinden.

Deze mentaliteitsverandering heeft een positieve uitwerking en leidt ook tot meer vraag naar ervaringsdeskundigen. Dat het voor hen soms makkelijker is om te luisteren en horen wat iemand écht zegt, heeft alles te maken met de eigen ervaring. Zij weten wat voor een gevecht het in jezelf is en hoe uitzichtloos het soms voelt.

Medewerkers met ervaringskennis
Bij RIBW K/AM is gekozen voor een team van ervaringswerkers. Iedere ervaringswerker is in de meeste gevallen samen met een collega ervaringswerker werkzaam op een locatie. De overige tijd wordt bijvoorbeeld besteed aan het faciliteren van (herstel)groepen, voorlichting en advies. Als coördinator bekijk ik samen met het team wie welk werk gaat doen. Ik koppel mensen aan locaties, leg contact met kwartiermakers en ik ondersteun ervaringsdeskundigen in hun rol. Als er onbegrip is of een verschil van inzicht dat niet ter plekke besproken kan worden, dan kom ik langs. Ik sla bruggen en schep kaders waar nodig.

Als je het mij vraagt is de volgende stap om meer medewerkers met ervaring in te zetten. Er zijn veel mensen aan het werk als begeleider die ook ervaringskennis hebben, maar daar rust onder medewerkers een taboe op. Dat komt misschien ook omdat je vroeger de opleiding niet opkwam als je zelf ‘wat had’. Je zou dan niet voldoende afstand hebben en te betrokken zijn.

Als ik medewerkers vraag of ze actiever hun eigen ervaringen in willen zetten zeggen ze regelmatig dat ze dat niet willen uitdragen. Ik heb me daar lang over verbaasd totdat een medewerker me de ogen opende. ‘Thuis bij mijn familie ben ik al patiënt en op mijn werk wil ik dat niet ook nog zijn,’ legde ze uit. Dat klinkt paradoxaal, maar er viel een kwartje bij mij.

Veranderen is mooi en moeilijk
Inmiddels merken begeleiders ook hoe fijn het is als een ervaringsdeskundige betrokken is bij een situatie omdat die makkelijker spreekt, ergens naar vraagt of aan specifieke dingen denkt. Wij merken dat het onmisbaar wordt gevonden dat we bij de leerbijeenkomsten en casuïstiek besprekingen zitten. We stellen makkelijker de vraag: Wat gebeurt hier en wat doet het met ons? Wat is van ons en wat is van de cliënt en hoe sluiten we bij diegene aan? Tegelijkertijd proberen we waar te nemen wat het voor ons moeilijk maakt om naast diegene te blijven staan. Dat is de grote beweging.

Zo’n omslag brengt ook negativiteit over de veranderingen met zich mee. Sommige medewerkers voelen zich gekwetst. ‘Heb ik het dan al die tijd niet goed gedaan?’ vragen ze zich af. Dat maakt dat medewerkers zich afsluiten. Dit geldt lang niet voor iedereen,maar het is wel iets wat ik tegen kom. Het is laveren, een hele zoektocht soms.

Vrijgevochten
Ik denk dat we als cliëntenbeweging bij een kantelpunt zijn. We hebben ons vrijgevochten en de ruimte opgeëist voor de ervaringsdeskundigen, nu kan het samenwerken echt beginnen. Managers en bestuurders zijn zich bewust van deze kanteling, maar op de werkvloer is dat besef nog wel eens ver weg. Mensen werken met hart en ziel op een manier die ze gewend zijn. Ze willen helpen en lijden wegstoppen. Dat is jarenlang goed geweest. Vanuit je kantoor zien wat er anders kan,is makkelijker dan op de werkvloer.Daarword je immers voortdurend geconfronteerd en uitgenodigdom te handelen. Begeleiders staan soms zo dicht op de cliënt dat ze hen onbedoeld klein houden. Want het zorgen voelt fijn en de cliënt klaagt ook niet.

Maar op de lange termijn helpt het mensen niet. Wat we zien als ‘herstel’ en ‘het vertrouwen op de kracht van de cliënt zelf’, dat is voor interpretatie vatbaar. Zowel cliënten als hulpverleners kampen met stigma’s en hardnekkige patronen in hoe we communiceren en werken. Het is dus belangrijk om het grotere plaatje voor ogen te houden en daar open over in gesprek te gaan. Het zijn gevoelige processen,maar ik juich het toe.”

[1]Afgeleid van triple-c methodiek  ASVZ

verder lezen

de RIBW Alliantie onderzoekt

Definitiekwestie of discussie: Over het verschil tussen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid

lees

Ontwikkelingen Volgen

Ontvang de nieuwsbrief en sluit je aan. Ja, ik wil op de hoogte blijven van goede voorbeelden.

Deel in de tussentijd hoe jij erover denkt met @RIBWAlliantie en #ervaringskennis.

Hoe kan ervaringskennis mij helpen?

Je wil ervaringskennis inzetten maar je weet niet of dat in jouw (zorg)organisatie kan of anders kan. Je wil duidelijkheid over wat ervaringskennis je in de praktijk brengt en hoe je anderen kan laten zien wat de voordelen zijn. Onze ambassadeurs kunnen je meer vertellen.